Mijn hoorns: F. Van cauwelaert “père”
my horns:
for english text: scroll down
Mijn hoorns: F. Van cauwelaert “père”
my horns:
for english text: scroll down
hoorn met 2 périnet-ventielen, “modèle gantois”, brussel ca 1860
2- périnet piston valve horn, “model gantois”, brussels ca 1860
Dit elegante instrument uit het atelier van “vader” Ferdinand Van Cauwelaert is van een type dat gedurende de 2de helft van de 19de eeuw erg populair was bij Belgische hoornisten. Het model was ontwikkeld door Charles Sax in de jaren 1830, en de productie werd door Van Cauwelaert verdergezet na diens vertrek naar Parijs in 1846.
De voorliefde voor dit instrument-type bij hoornisten uit de klassen van Luikenaar Jean Deprez te Gent, en van zijn opvolgers Chares Heylbrouck en Maurice Van Bocxstaele, gaven dit hoornmodel zelfs zijn bijnaam “gantois”.
De “Gantois” werd zowel met 2 als met 3 ventielen gebouwd, en bleef gedurende meer dan 100 jaar, met enkele kleine wijzigingen in productie.
Dit vroege exemplaar valt op door zijn lichte, Frans aandoende klankkleur en uitzonderlijk ranke bouwwijze, nauw verwant met de Franse natuurhoorn. De boring is breed (12mm), het metaal van de beker flinterdun. De korte stempompen van de Périnet-ventielen laten stemmingen van F tot Bes-alto toe.
This elegant 2-valve horn by the workshop of “father” Ferdinand Van Cauwelaert was a very popular horntype among Belgian hornplayers int he second half of the 19th century. This model had been developed by Charles Sax of Brussels in the 1830‘s, and production was continued by Van Cauwelaert upon Sax’s move to Paris in 1846.
The preference for this model by the Liège hornplayer Jean Deprez, teacher in Ghent and his successors Charles Heylbrouck and Maurice Van Bocxstaele, gave it the nickname “Gantois”.
This horn was built in versions with 2 or 3 valves, and kept its position as most used horn model in Belgium for over 100 years, with only small adjustments made to the manufacture process. This early specimen is very light, has a particular French-style bright sound, unless its large bore of more than 12mm. the metal used for the bell flare is extremely thin. The short valve slides make it possible to use crooks from F up to Bb alto.
Toen Ferdinand Van Cauwelaert startte met de productie van koperinstrumenten in 1846 waren vele Duitse en Oostenrijkse militaire musici in het land. wellicht leerde hij via hen het Weense ventielsysteem kennen. Hij patenteerde een eigen versie hiervan in 1847, specifiek voor gebruik op de hoorn.
Het octrooi van oktober 1847 toont een hoorn van het “Gantois”-model , met een dergelijk ventielsysteem. Hoewel Van cauwelaert het ventielsysteem succesvol toepaste op trombones, zijn er geen hoorns van dit type meer bekend hedentendage. Het valt dan ook te betwijfelen of ze een commercieel succes waren.
Reeds jaren speelde ik met de idee om dit instrument tot leven te wekken. Een droom die wellicht binnenkort waarheid wordt.
wordt vervolgd...
When Ferdinand Van Cauwelaert started to produce brass instruments in 1846, he was probably influenced by the high number of Austrian and German military musicians from ho he learned to know the Viennese valve system. He copyrighted an own version of this valve system, the “système Belge” in 1847, specificly for the horn.
In the patent of october1847 there is a “Gantois” horn with this new type of valves. Even if Van Cauwelaert applied the valve system to his trombones (with success)a little later, no instrument of this type survives.
Since years I’ve played with the idea of reconstructing Van Cauwelaert’s perfect hybrid horn (between the French and German instrument types). I hope to have the instrument in working order by the end of the summer...
to be continued....
PROJECT:
Reconstructie van een hoorn met 3 “Belgische” ventielen, F. Van cauwelaert “Père”, brussel, naar het patent van 1847
reconstruction of a 3-valve horn with Belgian Valves, F. Van Cauwelaert “père”, brussels, after the patent of 1847